Tips en technieken

De steken en trucjes die in mijn patronen voorkomen, uitgelegd in stappen met een video erbij. Handig om open te houden op je telefoon terwijl je haakt.

Hoe haak je een magische ring?

De onzichtbare start voor alles wat je in het rond haakt. Je haakt de eerste toer om een losse lus en trekt die daarna strak dicht, zodat er geen gaatje in het midden achterblijft.

1

Hou je wijsvinger en middelvinger iets uit elkaar.

2

Wikkel de draad om beide vingers, waarbij je de begindraad onder je middelvinger laat hangen en de draden aan de voorkant laat kruisen.

3

Ga met je haaknaald onder de rechterdraad door en pak de linkerdraad op.

4

Sla om en haal door.

Tip: trek pas dicht als de hele eerste toer klaar is. Dan blijft je ring rond.

Right Lifted Increase

Een meerdering die naar rechts leunt en bijna wegvalt in het breiwerk. Je gebruikt de steek van de vorige toer om er een extra steek uit te breien, zonder gaatje.

1

Til met je rechternaald de rechterpoot op van de volgende steek.

2

Zet deze op de linkernaald.

3

Brei de zojuist gecreëerde steek recht.

4

Brei de steek waaruit je zojuist een steek hebt gecreëerd ook recht.

Het eerste stokje van een toer

Er zijn verschillende manieren om een toer met een stokje te beginnen. Kies de variant die jij het prettigst vindt werken.

1

3 lossen vormen het eerste stokje. Het volgende stokje haak je in de tweede steek.

2

3 lossen als keerlossen. Het volgende stokje haak je in de eerste steek. De keerlossen tellen niet als steek, in de teruggaande toer haak je er dus niet in.

3

Staand stokje 1: maak een grotere lus en draai je haaknaald tegen de klok in 360 graden. Sla om en haal de draad achter je lus om, je hebt dan 2 lussen op je naald. Sla om en haal door beide lussen.

4

Staand stokje 2: maak een grotere lus. Steek de haaknaald in de eerste steek, sla om en haal door tot dezelfde hoogte als de eerste lus. Draai de haaknaald met de klok mee 360 graden, sla om en haal door beide lussen.

5

Staand stokje 3: maak een grotere lus. Steek de haaknaald in de eerste steek, sla om en haal door. Sla om en haal door de eerste lus op je haaknaald, tot dezelfde hoogte als de tweede lus. Draai de haaknaald met de klok mee 360 graden, sla om en haal door beide lussen.

6

Staand stokje 4: haak een vaste. Ga niet naar de volgende steek, maar steek in de voorste lus van de zojuist gehaakte vaste. Sla om en haal door, je hebt dan 2 lussen op je naald. Sla om en haal door beide lussen.

7

Echt stokje: begin met een nieuwe draad. Maak een opzetlus en haak een normaal stokje: omslaan, insteken, doorhalen, omslaan, door de eerste twee lussen, omslaan, door de laatste twee lussen. Dit werkt vooral als je met een nieuwe kleur begint, doe je het elke toer dan houd je veel draadjes over om in te stoppen.